Het is zaak grotere bedrijven aan te trekken in Amsterdam

Amsterdam beroemt zich erop dat het de creatieve hoofdstad van Nederland is. In de lokale politiek worden vooral de beginnende creatieve ondernemers opgehemeld als de brengers van de werkgelegenheid van de toekomst. Wie de cijfers er evenwel bij pakt, kan tot andere conclusies komen.

Inderdaad lijkt het aantal banen in de creatieve industrie in Amsterdam de afgelopen tien jaar te zijn gegroeid. Tussen 1996 en 2005 steeg de werkgelegenheid bijna 34 procent tot ruim 31.300, zo blijkt uit de Cross Media Monitor 2006 van de stichting Immovator.

Wie beter naar de cijfers kijkt, ziet dat die groei zich alleen voordeed tijdens de internethype. Na het uiteenspatten van de dotcomzeepbel in 2001 is er per saldo vier jaar lang niet één baan bijgekomen in de creatieve sector van Amsterdam.

Nog interessanter wordt het beeld als gekeken wordt naar de omvang van de nieuwe bedrijven, die er de afgelopen tien jaar bij kwamen. In totaal begonnen in die periode 3600 eenmansbedrijven. Gezien het feit dat de totale banengroei de afgelopen vier jaar bleef steken op nul, en zelfs iets daalde, is de vraag of al die overheidsaandacht om starters te trekken economisch gezien wel zinvol is. Voor Ton de Mil van Immovator is de conclusie duidelijk: "Amsterdam moet niet te veel inzetten op het aantrekken van starters. Die zijn er al genoeg. Nu is het zaak de snelle groeiers te vinden en grotere bedrijven aan te trekken, die stabiele kernen vormen in de creatieve industrie. Uit deze cijfers kun je afleiden dat veel starters helemaal niet willen doorgroeien en personeel aannemen. Een eenmansbedrijf is prima voor ze."

"Voor de economie van de regio zijn grote creatieve industrieën veel belangrijker. Wat dat betreft zijn de cijfers verontrustend: het aantal bedrijven met meer dan vijftig personeelsleden daalde de afgelopen tien jaar met bijna tweehonderd stuks."

"In de hoofdstad wordt veel geld uitgegeven aan cultuursubsidies. Dus is er veel ruimte voor creatievelingen. Maar die stappen heel gemakkelijk in en uit zo'n baan. Het zijn geen mensen die een bedrijf willen runnen dat groeit en zorgt voor meer werkgelegenheid."

Ate van der Meer, voorzitter van Amsterdam Creative Crossings, is optimistischer. "Je moet de creatieve starters juist wel koesteren. Hun ondernemerschap leidt op termijn tot groei van de werkgelegenheid. Nu de economie snel verbetert, zie je heel veel kleine creatieve bureaus opstaan. Zij hebben een vliegwielfunctie. Ze zoeken elkaar op om samen bij grote bedrijven orders binnen te halen. De effecten daarvan zie je pas terug bij die grote bedrijven."

Van der Meer spreekt van het Senseo-effect: creatieven bedachten de Senseo, bij Philips en Douwe Egberts werd het succes omgezet in winsten en banen.

"Mijn indruk is dat de banengroei in de creatieve industrie allang weer op gang is gekomen. Cijfers om dat te staven heb ik niet. Maar als ik zo om me heen luister bij het Platform voor Internetbureaus Nederland, dan is de werkgelegenheid al sinds begin 2006 aan het herstellen. Het zou mij zeer verbazen als wij dit jaar geen groei zien. Grote bedrijven in Amsterdam zijn weer bereid te investeren in creatieve opdrachten. Dat vertaalt zich met een vertraging van ongeveer twee jaar in groeiende werkgelegenheid."

Van der Meer vindt wel dat het beleid 'wat evenwichtiger kan zijn'. "Je moet ook grotere creatieve bedrijven naar Amsterdam zien te krijgen. Zonder grote spelers zijn er geen opdrachtgevers voor starters.

Copyright: Het Parool